Als (top)dammer is het heel wijs om goed te luisteren naar collega-dammers om je heen.
Vaak kun je dan wel iets oppikken waar je doelgericht mee aan de slag kunt.
Johan Krajenbrink is een voorbeeld van een goed luisterende topdammer/trainer.
Hij wist zich te herinneren dat Alexeï Tsjizjow ooit in een interview had gezegd dat hij het klassieke spel van Sjtsjogoljew had bestudeerd. Nu weten we allemaal dat Tsjizjow ongeveer twintig jaar geleden het klassieke spel nieuw leven ingeblazen heeft. Hij had en heeft hier zoveel succes mee dat hij niet voor niets de koning van het klassieke speltype wordt genoemd !
Deze loslippigheid van Tsjizjow leidde ertoe dat trainer Johan Krajenbrink zijn NST (Nationale Subtop Training) de opdracht gaf het klassieke spel van Sjtsjogoljew te bestuderen.
Schrijver dezes maakt hier ook deel van uit, en moet tot zijn schande bekennen dat hij niet al te veel tijd had vrijgemaakt om deze (leerzame) opdracht uit te voeren. Verzachtende omstandigheid is misschien dat hij het druk had met andere (dam)werkzaamheden, maar toch...
Kort geleden ben ik wél doelgericht aan de slag gegaan met het klassieke spel van Sjtsjogoljew. Allereerst heb ik alle partijen die de NST deelnemers geselecteerd hadden opgezocht en snel nagespeeld. Vervolgens heb ik al het ‘brandhout’ hieruit verwijderd, en mijn Turbo Dambase een nieuwe zoekopdracht gegeven. Hieruit kwam weer een redelijk grote selectie, die ik vervolgens weer flink heb uitgedund. Uiteindelijk hield ik een tachtigtal bruikbare (winst)partijen over. Vanaf deze plaats zal ik u de komende maanden een aantal partijen met mooie klassieke thema’s laten zien. De indeling in klassieke onderwerpen zal er ongeveer als volgt uit gaan zien:
1) Overontwikkeling;
2) Spel tegen zwakke schijven;
3) Vleugelcontrole;
4) Olympische formatie;
5) Ghestem-doorstoot;
6) 'Sjtsjogoljew-klassiek' en 'Tsjizjow-klassiek' wat zijn de overeenkomsten ?
7) Overig;
Deze maand dus deel 1.
Overontwikkeling
Wat overontwikkeling inhoudt hoef ik u waarschijnlijk niet meer uit te leggen, maar om
te voorkomen dat ik niet helemaal duidelijk ben zal ik het toch proberen kort uit te leggen.
Profiteren van de overontwikkeling van de tegenstander houdt simpelweg in dat u meer tempi (= reservezetten)
overheeft dan uw tegenstander. In dit statische klassieke speltype zullen de symmetrie-achtige stellingen veelal
in het voordeel zijn van de speler die de meeste reservezetten tot zijn beschikking heeft.
In veel gevallen zal de speler die een hoge ontwikkeling heeft vastlopen.
Sjtsjogoljew heeft in zijn lange damcarrière veel partijen gespeeld met dit thema. De fraaiste voorbeelden zijn naar mijn mening :
Ik bespreek hier alleen de partijen 2 en 5.
De reden hiervoor is dat u de analyses van de partijen 1, 3 en 4 in het recent verschenen boek van Sjtsjogoljew kunt vinden. Dit boek handelt over zijn winstpartijen in alle kampioenschappen van de voormalige Sovjet-Unie.
Wel kunt u deze partijen naspelen door te klikken in het linkerkader.
Logischer lijkt mij 8.32x23
om de witte korte vleugel wat te ontwikkelen, maar waarschijnlijk heeft Sjtsjogoljew zijn tegenstander zo ingeschat dat hij de ruil op de negende zet ook wel zal nemen...
Deze stand is misschien niet zo heel spectaculair, maar ik denk dat Sjtsjogoljew toch niet helemaal ontevreden hoeft te zijn. De witte stand heeft namelijk meer plannen dan de zwarte, anders gezegd : wit leidt het spel !
We zouden de stand als volgt kunnen omschrijven :
Schijf 23 van zwart is een leuk aanknopingspunt voor wit;
De witte ontwikkeling is makkelijk;
Schijf 26 van wit is niet zwak omdat zwart de vork 6/11/16/17 heeft. Die vork kan zich tégen de zwartspeler keren;
Er is ruimte rechts.
Gunstige mogelijkheden voor een (half)klassieke strategie!
Van beide zijden is er redelijk normaal opgebouwd. Zwart is m.i. wel erg snel op veld 24 verschenen. Te snel? Opvallend is dat wit heeft afgezien van de mogelijkheid om schijf 35 op te lossen !
Deze zet verdient een kleine 'beloning' in de vorm van een vraagteken tussen haakjes. Reden hiervoor is dat het vroege afruilen van schijf 26 afgekeurd moet worden. Weliswaar schreef ik bij mijn bespreking van het eerste diagram dat de vork 6/11/16/17 zich tegen de zwartspeler kan keren, maar dat mag geen reden zijn om al zó snel ongelijk te bekennen. Integendeel zelfs, want na de zetten 19...13-1820.46-419-1321.41-37? ( Beter is21.49-43 gevolgd door 22.31-27)21...17-22!
gevolgd door 22...22-27! staat de zwartspeler duidelijk beter!
Na het gespeelde 19...17-21 gaan beide spelers een klassiek middenspel in, met -1 voor wit. Ik ben daarom geneigd om de voorkeur aan wit te geven, maar ik geef toe dat ik enigszins vanuit de uitslag redeneer!
Deze ruil wint vier tempi. In dit gesloten klassieke speltype is dit dus niet aan te raden. Ook laat zwart de Ghestem-doorstoot toe. In plaats van 28...14-20 lijkt
B)30.50-44
Het leuke van klassiek is dat heel veel standen al eens eerder zijn voorgekomen. Dat geldt niet alleen voor laatklassieke standen, maar zelfs ook al voor middenspelstanden. Kwamen we na 30.48-43 in Tsjizjow-Dibman terecht, na 30.50-44 heb ik zelfs twee partijen kunnen vinden. We volgende partij Germanow-Kozoun (kampioenschap Oekraïne 1996) 11-1731.44-40 ( In de partij Loeffen-van Lith (kampioenschap van Noord-Brabant 1989) volgde31.27-22?18x2732.37-3126x3733.42x116x17
Vanwege de 'hanger' op 44, de tempovoorsprong van +1, en het passieve klaverblad 25/30/35 waardoor wit rekening moet houden met Ghestem-doorstoten, is de witte stand ten dode opgeschreven. Er zullen echter merkwaardige dingen gebeuren, beide spelers begrijpen de stand niet...34.36-3113-18?35.31-27?9-13?36.48-42?23-29! Eindelijk is daar de Ghestem-doorstoot! Die had al veel eerder geplaatst moeten worden, want wit had op zijn beurt op verschillende momenten 39-34 kunnen doen, waarna er niet veel meer aan de hand was geweest. Nu zwart eindelijk tot 23-29 is gekomen, speelt zij een gewonnen partij. Desondanks wist zij de partij nog te verliezen...)31...24-2932.33x2417-2233.28x1721x1234.39-33
Ook deze stand is al vaker voorgekomen. In plaats van 44... 17-21 gaat het ook wel verder met 44...9-1445.44-40 De volgende fraaie (maar niet moeilijke) winst werd door Gerrit Tigchelaar gerealiseerd in zijn partij tegen Herman Damman (clubcompetitie 1b 1999) (verwisselde kleuren). 17-2146.43-3923-2947.39-3318-2348.27-22
en zwart is hopeloos vastgelopen.