Wie een boek wil schrijven over het eindspel zal moeten tobben met de inhoudsopgave van het boek. Hoe classificeer ik de eindspelen ?
Moser gebruikte in zijn onvolprezen standaardwerk Strategie der 100 velden vier afdelingen die hij onderverdeelde in hoofdstukken.
Dat er de nodige fouten in het boek staan doet niks af aan de praktische en ook historische waarde die het boek mijns insziens nog steeds heeft.
Waarom een bepaalde afdeling onder een bepaald hoofdstuk valt, is mij niet altijd even duidelijk. Maar in ieder geval voldoet Moser's inhoudsopgave redelijk waarvoor hij bedoeld is... je kunt een eindspel redelijk eenvoudig terugvinden in het boek.
Jongere dammers zullen zich misschien meewarig afvragen waarom deze grijsaard zich bezig houdt met het probleem classificatie van eindspelen.
Zij voeren de stelling in in een computerprogramma zoals bijvoorbeeld Truus en met een druk op de knop krijgen zij een onfeilbaar waardeoordeel over de positie. Geen gezoek en altijd een onfeilbaar waardeoordeel... Wat is het probleem, waar maakt die oude man zich druk om ?
Welnu behalve een waardeoordeel en de juiste zetten voor elke kleur wens ik de stelling
ook te begrijpen... waarom is een stelling remise of gewonnen... welke strategische en of tactische doelstellingen moet de onder- of bovenliggende partij realiseren ?
In een ver verleden heb ik in een artikelenreeks voor het blad Damsport Amsterdam geprobeerd overmachtseindspelen te classificeren.
Doelstelling was om een beter begrip proberen te krijgen van het eindspel.
Ik ging van de onderliggende partij uit waarbij ik stelde dat een 4 om 1 met dammen gewonnen was (heel hoge uitzonderingen daargelaten).
Een stelling kon remise zijn door de extra schijven die de onderliggende partij (bijvoorbeeld 4-om-2, 4-om-3 etc. etc.) bezit.
Daarbij kon de “extra” schijf in mijn ogen 4 verschillende functies hebben :
1. Naar dam sprinten (promotiedruk)
2. Blokkeren van een andere schijf. (blokkade)
3. Afruilen of combineren met de schijf.
4. Temporeserve (komt wel eens voor bij eindspelen waar de strijd zich “rondom” de tric-trac plaatsvind.
Deze keer wil ik ook uitgaan van de bovenliggende partij. Welke doelen moet de bovenliggende partij realiseren ?
Twee doelen zijn volgens mij de meest belangrijke in de wedstrijdpraktijk :
1. Het halen van een nieuwe dam (in de praktijk gaat het vaak om het halen van de o zo belangrijke tweede dam).
2. Het realiseren van vangstellingen en combinaties om de dam van de minderheidspartij te verjagen van belangrijke strategische diagonalen.
Laten we met deze handvatten proberen enkele standaardeindspelen te begrijpen.
Diagram 1
Zwart maakt remise omdat schijf 26 te dicht bij de damlijn staat.
De promotiedruk is te groot.