Van zaterdag 14 juli tot en met 21 juli vond in een van de zalen van het
Haagse BowlingWorld Zuiderpark een internationaal damtoernooi plaats.
Met een tiental GMI's en een aantal (Inter)nationale meesters kende dit
toernooi een loodzware bezetting.
Na negen rondes Zwitsers had de Letse ex-wereldkampioen Guntis Valneris
een punt meer dan de nummers twee en drie Flaubert Ndonzi en Alexander Baljakin.
Daarmee liet Valneris zien dat hij na enkele zwakke toernooien (Bijlmer, WK) weer terug is.
Schrijver dezes wist beslag te leggen op de vijftiende plaats.
Daarmee was ik niet helemaal tevreden, maar om helemaal ontevreden te zijn gaat ook weer wat ver.
De grootmeesters Ndjofang en Amrillaev moesten het in ieder geval met lagere klasseringen doen!
Gaan we over naar de techniek.
Van de vier winstpartijen die ik wist te behalen, vond ik mijn partij
tegen de uit Curaçao afkomstige Rudsel Wolf de beste.
Deze man geniet bekendheid in de damwereld door zijn deelname aan de Challenge Mondial 1997 in Stadskanaal!
De bedoeling is om wit te verlokken tot 32-28x28 waarna zwart met 20-24! probeert een half-open klassieke omsingeling op touw te zetten.
Overigens is in deze stelling 3...17-22
met vierenvijftig toepassingen de populairste voortzetting. 3...18-23 is slechts elf keer voorgekomen. Opmerkelijk is dat schrijver dezes verantwoordelijk is voor maar liefst zeven partijen met deze voortzetting!
Een standaardvoortzetting in deze standen is 13...21-2714.32x2117x26
. De bedoeling van dit ruiltje is om de lange vleugel van wit uit te dunnen, wat past in het half-open klassieke spelsysteem. Ik liet deze voortzetting echter na vanwege 15.36-3111-17
16.31-27 en 17.38-32 met versterking van de lange vleugel niet toelaten. 16.44-40
Dreigt 17.28-23. 17-2117.37-3226x3718.42x31
en na 19.31-27 lijkt niet zwart maar wit veld 27 te controleren.
Het was voor mij de tweede keer dat ik deze stand op bord had. De eerste keer was tegen Wouter van der Groep, Barnsteen 2007. Ook toen koos ik voor 13...2-7. In het onvolprezen programma Turbo Dambase zag ik dat deze stelling ook was voorgekomen tussen Hans Jansen en Ton Sijbrands, Maars 1993. Sijbrands speelde hier 13...1-6
Na de zetten 14.44-4021-2615.34-3011-1616.39-3417-2217.28x1712x21
plaatste zwart een remiseaanbod (Van een veertig zetten regel hadden ze toen nog nooit gehoord.) wat door Jansen werd geaccepteerd. Moeten we hieruit concluderen dat zwart zijn stelling niet meer vertrouwde ?
Zwart heeft nu heerlijk spel. De velden 23, 22 en 21 liggen binnen handbereik. Wit mist de controle over het belangrijke veld 36 en lijkt veld 27 voorgoed kwijt te zijn. Het enige plan voor wit is een aanval op schijf 24.
Ongelooflijk! Zwart heeft twee schijven meer, is ook nog eens aan zet, maar kan niet verhinderen dat wit altijd twee schijven terugwint. 28-3339.40x2015x2440.38x209-1441.20x94x2242.35-30
en als wit het juiste tegenspel weet te vinden wordt het remise.
En zonder 66...34-40! af te wachten gaf de witspeler zich gewonnen.
Voor mij betekende dit, naast mijn derde overwinning op rij, dat ik de door mij behaalde 100% score in deze opening (14 uit 7) mocht blijven handhaven !