Na Tallinn en Delft stonden in juli (en augustus) de traditionele zomertoernooien
van Den Haag, Nijmegen en Brunssum op het programma.
Het twaalfde Den Haag Open (De Nederlanden Compagnie Open, 14 t/m 21 juli )
vond plaats in de prachtige omgeving van het Zuiderpark.
Na een teleurstellend optreden in de experimentele Delftse vierkamp was
Guntis Valneris nu wel succesvol.
Na pijnlijke remises in de 3e en 4e ronde met Pierre (Haïti) en Diakite
(Mali) miste Valneris vooralsnog aansluiting bij de kopgroep.
In de zevende en achtste ronde leverde hij echter een beslissend huzarenstukje
door de degelijke grootmeesters Amrilloejew en N`Djofang aan zijn zegekar te binden !
De Let zou een week later vormbehoud tonen door eveneens Nijmegen op zijn naam te schrijven.
Eindstand :
1. Valneris 9-14 (1388)
2. N`Donzi 9-14 (1347)
3. Baljakin 9-14 (1337)
4 t/m 9 met 9-13 Schwarzman,Getmanski,Heusdens,H. Jansen,Nicault,C. van Dusseldorp
10. Thijssen 9-12 etc.
Voordat ik de schijnwerpers richt op de toernooiwinnaar,
bespreek ik eerst de bijzonder onderhoudende partij Thijssen-Diakite uit de 6e ronde.
Dankzij een zwaarbevochten overwinning kon ik mij toen bij de koplopers voegen met +4, maar na een nederlaag in de 8e ronde tegen Baljakin (na de 50e zet was de stand nog gelijkwaardig !) viel ik ver terug.
Wit incasseert vier tempi terreinwinst en ontwikkelt zijn lange vleugel. In de komende fase zal de zwartspeler proberen het spel in klassieke banen te leiden, terwijl de witspeler juist deze klassieke structuur probeert te doorbreken.
Vroeger trof men hier vaak 8.27-2218x279.31x1116x7
aan (eerste toepassing Weiss-Fabre 0-2 WK 1928 !), maar tegenwoordig houden de witspelers de schijven liever op het bord.
Hiermee is de openingsfase afgerond. De witte stelling is, met vier tempi terreinvoordeel en een agressief opgestelde lange vleugel, actiever ingericht.
Over de vraag hoe wit nu verder moet verschillen de witspelers van mening.
Van de 33 toepassingen in TurboDambase kozen de witspelers hier :
11x voor 17.45-40
10x voor 17.27-22 18x27 18.31x22
5x voor 17.27-21 16x27 18.31x22 18x27 19.32x21
3x voor 17.39-34
In de partij probeer ik met 17.27-21 16x27 18.32x21 een aanval tegen de zwarte korte vleugel op te zetten. Objectief gezien denk ik echter dat het rustige 45-40-34 de voorkeur verdient, waarmee wit zich dus nog niet vastlegt op 21 of 22.
Na de tekstzet 21.31-27 is er een stand ontstaan die ik al eerder op het bord heb gehad in het Bijlmertoernooi 2004 tegen Goloebjeva. Toen speculeerde ik er min of meer op dat de zwartspeelster de stand na 21.31-27 niet goed zou doorgronden en datzelfde doe ik nu tegen Diakite...
Ook Goloebjeva kwam na rijp beraad tot deze foutieve reactie. Deze ruil speelt de witspeler juist in de kaart.
Veel hinderlijker is 21...18-23
gevolgd door de evenwichtige opbouw 13-18, 9-13, waartegen wit weinig kan ondernemen. 22.42-37 en 22.27-22 zijn immers verhinderd, terwijl wit op 21 nog weinig te zoeken heeft.
Aldus rekende ik op niets anders dan deze geforceerde remisevariant. Na ruim een kwartier kwam de zwartspeler echter met een voortzetting op de proppen die ik niet eens als serieuze mogelijkheid had onderkend...